Het ontwikkelen van een nieuw dierenras gebeurt door gerichte selectie en het kruisen van dieren met gewenste eigenschappen. Fokkers kiezen dieren uit die bepaalde kenmerken vertonen, zoals uiterlijk, gedrag of prestaties, en laten deze met elkaar paren om die eigenschappen te versterken in de volgende generaties.

Deze methode wordt toegepast bij veel diersoorten, zoals honden, katten, paarden, koeien en vogels. Door te fokken ontstaan er rassen die verschillen in uiterlijk, karakter en vaardigheden, waardoor ze geschikt zijn voor uiteenlopende taken en leefomgevingen.

Een bekend voorbeeld is het fokken van het Engelse volbloedpaard, dat wereldwijd invloed heeft gehad op de paardenfokkerij. Dankzij doelgerichte fokprogramma’s kunnen dieren aangepast worden aan specifieke wensen, bijvoorbeeld voor sport, landbouw of als huisdier. Fokken speelt zo een grote rol in de landbouw en het houden van dieren, omdat het mensen helpt om aan verschillende behoeften te voldoen.