De assemblagelijn is een productiemethode waarbij een auto stap voor stap wordt opgebouwd aan verschillende werkstations. Elke medewerker voert een specifieke taak uit, waardoor het productieproces sneller en efficiënter verloopt. Henry Ford introduceerde deze methode in 1913 bij de productie van de Model T, wat een revolutie betekende voor de auto-industrie. Door het werk op te delen in eenvoudige, herhaalbare handelingen, konden auto's veel goedkoper en sneller worden gemaakt.

De assemblagelijn werd al snel de standaard in de industrie en maakte massaproductie mogelijk. Dit zorgde ervoor dat auto's voor veel meer mensen bereikbaar werden. Tegenwoordig zijn assemblagelijnen sterk geautomatiseerd en maken ze gebruik van robots, waardoor de productie nog sneller en nauwkeuriger verloopt. Deze methode heeft niet alleen de auto-industrie veranderd, maar ook vele andere sectoren.