Archeologen onderzoeken sporen uit het verleden, zoals gebruiksvoorwerpen, gebouwen en graven, om meer te weten te komen over oude beschavingen. Ze graven opgravingen uit en analyseren vondsten om te begrijpen hoe mensen vroeger leefden, werkten en met elkaar omgingen. In tegenstelling tot historici, die vooral geschreven bronnen gebruiken, baseren archeologen zich op tastbare resten uit de oudheid.

Archeologie heeft veel bijgedragen aan ons begrip van de menselijke geschiedenis. Zo leidde de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922 tot wereldwijde belangstelling voor het oude Egypte. Door archeologisch onderzoek leren we dat oude samenlevingen vaak geavanceerder en meer verbonden waren dan we dachten. Archeologen blijven nieuwe inzichten bieden in hoe onze voorouders de wereld vormgaven.