Regenwormen hebben geen hart zoals mensen of veel dieren dat hebben. In plaats daarvan beschikken ze over vijf zogenaamde aortaboogjes, die vaak ten onrechte 'harten' worden genoemd. Deze boogjes werken samen om het bloed door het lichaam van de worm te pompen, maar ze hebben geen kamers zoals een echt hart. De aortaboogjes bevinden zich vlak achter de hersenen van de worm en omringen de slokdarm. Tussen elke boog zit een klier die helpt bij het verwerken van calcium uit de grond die de worm eet.

Regenwormen ademen niet via longen, maar nemen zuurstof op via hun huid. Het zuurstofrijke bloed wordt vervolgens door het lichaam verspreid dankzij de werking van de aortaboogjes en een grote rugvat. Dit systeem zorgt ervoor dat het bloed en de voedingsstoffen overal in het lichaam terechtkomen. De calciumklieren en boogjes zijn belangrijk voor de spijsvertering en de energievoorziening van de worm.

Hoewel regenwormen dus geen echt hart hebben, vervullen hun aortaboogjes een vergelijkbare functie. Het is een uniek systeem dat perfect is aangepast aan hun levenswijze onder de grond.

Meer informatie: www.geniolandia.com