Op 21 augustus 1911 werd de Mona Lisa op klaarlichte dag gestolen. De volgende dag ontdekte de schilder Louis Béroud de diefstal. Béroud informeerde bij de bewaking waar het schilderij was en zij dachten dat het was overgebracht naar het fotoatelier van de firma Braun. De bewakingsdienst stuurde iemand naar het fotoatelier om het schilderij terug te halen, maar die keerde onverrichter zake terug.De dader van de diefstal, Vincenzo Peruggia, was een Italiaan en had als glazenier meegewerkt aan een project om belangrijke kunstwerken achter glas in te kaderen.

Hij had zich in een bezemkast verstopt en was op de sluitingsdag van het Louvre met het schilderij onder zijn jas het museum uitgelopen. Hij bewaarde het schilderij gedurende twee jaar in een houten koffer onder zijn bed in een logement in Parijs. In 1913 keerde hij terug naar Italië en bood op 10 december 1913 de Mona Lisa te koop aan bij een Florentijns antiquair Alfredo Geri.

Die maakte op 11 december een afspraak met Vincenzo Peruggia in Hotel Tripoli, kamer 20 en ging naar de afspraak in gezelschap van de toenmalige directeur van het Uffizi, Giovanni Poggi. Geri en Poggi herkenden het doek en namen het mee voor een zogezegde expertise. De dief werd gearresteerd en het hotel wijzigde zijn naam in Hotel Gioconda.

Meer informatie: nl.wikipedia.org