Kangoeroes behoren tot de buideldieren, een groep zoogdieren die hun jongen in een speciale buidel dragen. Deze buidel zit aan de voorkant van de buik en opent naar voren. Zodra het jong geboren is, kruipt het zelfstandig naar de buidel, waar het zich vasthecht aan een tepel en verder groeit, beschermd tegen de buitenwereld.

De buidel biedt niet alleen bescherming tegen kou, regen en roofdieren, maar maakt het ook mogelijk voor de moeder om haar jong overal mee naartoe te nemen terwijl ze voedsel zoekt. De spieren rondom de buidel zorgen ervoor dat deze stevig gesloten blijft wanneer dat nodig is, zodat het jong veilig blijft. Pas als het jong sterk genoeg is, verlaat het af en toe de buidel om de wereld te verkennen, maar keert steeds terug voor veiligheid en voeding. Dit unieke kenmerk is essentieel voor het overleven van jonge kangoeroes in het wild.