Vissen ademen onder water dankzij hun kieuwen, gespecialiseerde organen die zuurstof uit het water halen. Wanneer een vis zijn bek opent, stroomt er water naar binnen dat langs de kieuwen wordt geleid. In de dunne kieuwplaatjes vindt een uitwisseling plaats: zuurstof uit het water wordt opgenomen in het bloed, terwijl koolstofdioxide uit het bloed aan het water wordt afgegeven.

De structuur van kieuwen bestaat uit fijne lamellen die een groot oppervlak bieden voor deze gasuitwisseling. Dit is essentieel, omdat water veel minder zuurstof bevat dan lucht. Door het tegenstroomprincipe, waarbij het bloed in de tegenovergestelde richting van het water stroomt, wordt de opname van zuurstof gemaximaliseerd. Bij de meeste beenvissen zijn de kieuwen beschermd door een stevig deksel, het operculum. Sommige andere vissen, zoals haaien, hebben meerdere kieuwspleten zonder operculum. Dankzij deze aanpassing kunnen vissen efficiënt leven en ademen in hun aquatische omgeving, waar longen niet zouden werken.

Meer informatie: en.wikipedia.org