Vogels beschikken over een speciaal soort veren, dons genaamd, dat zich onder hun buitenste verenkleed bevindt. Donsveren zijn zacht en licht, waardoor ze een isolerende luchtlaag rondom het lichaam van de vogel vormen. Deze luchtlaag houdt de lichaamswarmte vast en beschermt de vogel tegen kou. Dankzij deze natuurlijke isolatie kunnen vogels zelfs in koude klimaten actief blijven en overleven.

Bij sommige vogelsoorten, zoals pinguïns, is de donslaag extra dik, zodat ze bestand zijn tegen extreme kou. Ook jonge vogels zijn vaak bedekt met dons om hen warm te houden voordat hun volwassen veren groeien. Dons is dus van levensbelang voor vogels, vooral tijdens de wintermaanden of in koude leefgebieden. Zonder deze isolerende laag zouden veel vogels moeite hebben om hun lichaamstemperatuur op peil te houden en te overleven in barre omstandigheden.