De aarde onder onze voeten lijkt misschien stevig, maar in werkelijkheid bewegen enorme platen, de zogenaamde tektonische platen, voortdurend. Deze platen vormen samen de aardkorst en verschuiven langzaam ten opzichte van elkaar. Op de plekken waar ze tegen elkaar aan duwen, trekken of langs elkaar schuiven, ontstaat spanning. Wanneer deze spanning plotseling vrijkomt, veroorzaakt dat een aardbeving.

De meeste aardbevingen zijn het gevolg van deze plaatbewegingen. Soms zijn ze zo licht dat je ze niet voelt, maar zware bevingen kunnen hele steden doen schudden, kusten veranderen en zelfs andere natuurrampen veroorzaken, zoals tsunami’s of aardverschuivingen. Gebieden waar platen samenkomen, heten breuklijnen. Vooral in regio’s zoals de Pacifische Ring van Vuur komen veel aardbevingen voor. Wetenschappers gebruiken seismografen om deze bewegingen te meten en zo mensen beter te kunnen waarschuwen en beschermen tegen de gevolgen van aardbevingen.