Een polsstok is een lange stok van ongeveer 4 tot 5 meter, die wordt gebruikt bij het polsstokhoogspringen, een spectaculaire atletiekdiscipline. De sport heeft een rijke geschiedenis en vindt zijn oorsprong in oude tijden, toen mensen stokken gebruikten om sloten, rivieren of andere obstakels te overbruggen, of om zich te beschermen tegen wilde dieren.

In de 19e eeuw werd het polsstokhoogspringen een officiële sport, vooral in Engeland, waar het zich ontwikkelde samen met de moderne atletiek. De eerste stokken waren zwaar en gemaakt van houtsoorten zoals eik, spar of es, vaak met een metalen punt aan het uiteinde. Atleten plantten de stok in de grond en trokken zichzelf omhoog om een bepaalde hoogte te bereiken.

De eerste officiële prestatie werd geregistreerd in 1866, toen John Wheeler in Londen 3,05 meter sprong. In de loop der jaren werden de technieken en materialen verbeterd, met als grote doorbraak het gebruik van bamboe in 1904. Sindsdien zijn de records steeds verder omhoog gegaan, mede dankzij de introductie van lichtere en flexibelere materialen.

Meer informatie: es.wikipedia.org