Water is een chemische verbinding die bestaat uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom, wat de molecule H2O vormt. Hierdoor is het een waterstofoxide en de eenvoudigste chalcogeenhydride. Water is een van de meest bestudeerde chemische verbindingen en wordt vaak de "universele oplosmiddel" genoemd vanwege zijn vermogen om een breed scala aan stoffen op te lossen. Deze eigenschap maakt water tot het "oplosmiddel van de levende wereld".

Water is uniek omdat het van nature in alle drie de aggregatietoestanden voorkomt: vast (ijs), vloeibaar (water) en gasvormig (damp). Watermoleculen vormen waterstofbruggen, waardoor ze sterk polair zijn. Deze polariteit stelt water in staat om in ionen te dissociëren en sterke bindingen te vormen met andere polaire stoffen, zoals alcoholen en zuren, waardoor ze oplossen.

Waterstofbruggen verklaren veel van de unieke eigenschappen van water, zoals de lagere dichtheid van ijs vergeleken met vloeibaar water, het hoge kookpunt van 100°C ondanks de lage moleculaire massa, en de hoge warmtecapaciteit. Water is ook een amphotere stof, wat betekent dat het zowel als zuur als base kan optreden, waarbij het H+ en OH- ionen vormt door het proces van autoprotolyse.

Meer informatie: ro.m.wikipedia.org