Klei is het belangrijkste materiaal voor het maken van aardewerk. Dit natuurlijke materiaal wordt al duizenden jaren gebruikt vanwege zijn bijzondere eigenschappen: het is kneedbaar als het nat is en wordt hard als het wordt gebakken. Door deze eigenschappen konden mensen al vroeg potten, schalen en andere gebruiksvoorwerpen maken die lang meegaan.

In veel oude beschavingen was aardewerk onmisbaar in het dagelijks leven, bijvoorbeeld voor het bewaren van voedsel of het koken. Elke cultuur ontwikkelde daarbij eigen vormen en versieringen. Het bakken van klei tot keramiek was een grote stap in de ontwikkeling van de mensheid, omdat het zorgde voor duurzame en bruikbare voorwerpen.

Aardewerk wordt meestal op lagere temperaturen gebakken dan steengoed of porselein. Daardoor blijft het wat poreuzer en zachter, wat het geschikt maakt voor bijvoorbeeld bloempotten, servies en decoratieve objecten. Veel pottenbakkers gebruiken nog steeds klei uit de natuur, waarmee ze een eeuwenoude traditie voortzetten.