Jaguars zijn vleeseters en hun dieet bestaat voornamelijk uit vlees. Deze indrukwekkende roofdieren staan bekend om hun krachtige beet, de sterkste van alle katachtigen in verhouding tot hun lichaamsgrootte. Hierdoor kunnen ze een breed scala aan prooien vangen en consumeren, van capibara's tot kaaimannen. Hun jachttechnieken zijn gevarieerd en passen zich aan de omgeving aan. In de regenwouden en moerassen waar ze leven, hebben ze een voordeel dankzij hun uitstekende zwemvaardigheden. Dit stelt hen in staat om ook in het water te jagen op prooien zoals vissen en schildpadden.

De jaguar is een meester in het besluipen van zijn prooi en maakt gebruik van zijn camouflage om ongezien dichtbij te komen. Wanneer ze eenmaal dichtbij genoeg zijn, gebruiken ze hun krachtige kaken om hun prooi te doden met een enkele, goed gerichte beet. Dit maakt hen tot efficiënte jagers die zich kunnen aanpassen aan verschillende omstandigheden en prooien. Hun dieet is dus niet alleen afhankelijk van landdieren, maar ook van wat de wateren in hun leefgebied te bieden hebben.