Aluminium is een chemisch element met het symbool Al en atoomnummer 13. Het is een licht, niet-magnetisch metaal dat wereldwijd veel voorkomt: ongeveer 8% van de aardkorst bestaat uit aluminiumverbindingen. Je vindt het in veel gesteenten, planten en zelfs in dieren. In de natuur komt aluminium vooral voor in mineralen zoals veldspaat en mica. Voor de productie wordt aluminium gewonnen uit bauxiet. Eerst wordt het omgezet in aluminiumoxide via het Bayer-proces, daarna volgt elektrolyse om zuiver aluminium te verkrijgen.

Aluminium is populair vanwege zijn lage dichtheid en hoge weerstand tegen corrosie. Door het te legeren met andere metalen kan de sterkte flink worden verhoogd. Het metaal geleidt elektriciteit en warmte goed, is makkelijk te bewerken en relatief goedkoop. Sinds het midden van de twintigste eeuw is aluminium, na staal, het meest gebruikte metaal ter wereld.

De eerste isolatie van aluminium vond plaats in 1825 door de Deense natuurkundige Hans Christian Ørsted. De productie vereist veel elektriciteit, maar de lage recyclekosten en lange levensduur maken het economisch aantrekkelijk.

Meer informatie: es.wikipedia.org