Thee wordt meestal gemaakt van de bladeren van de Camellia sinensis-plant. Na het plukken worden deze bladeren gedroogd en soms gefermenteerd, waardoor de verschillende smaken en aroma’s ontstaan die je in groene, zwarte, witte en oolongthee vindt.

Alle traditionele theesoorten komen dus van dezelfde plant en gebruiken altijd het blad als basis. De manier waarop de bladeren worden verwerkt, bepaalt het uiteindelijke type thee. Theebladeren bevatten stoffen als cafeïne en antioxidanten, die bijdragen aan het opwekkende en gezonde karakter van thee.

Hoewel wortels, zaden en vruchten ook gebruikt kunnen worden voor kruidenthee, zijn deze geen onderdeel van echte thee. Het blad is het belangrijkste ingrediënt en zorgt voor de karakteristieke smaak en geur die thee wereldwijd zo populair maken.