De staart van een walvis wordt een lob genoemd en is uniek in het dierenrijk. In tegenstelling tot de meeste vissen, die een verticale staart hebben, is de lob van een walvis horizontaal geplaatst. Dit stelt de walvis in staat om krachtig door het water te zwemmen door de lob op en neer te bewegen. Elke walvis heeft een eigen patroon en vorm op de lob, waardoor onderzoekers individuele dieren kunnen herkennen, vergelijkbaar met een vingerafdruk.

De spieren in de staart zijn enorm sterk, waardoor sommige walvissen, zoals bultruggen, zelfs uit het water kunnen springen. De lob bestaat volledig uit vezelig weefsel en bevat geen botten, wat het ideaal maakt voor het leven in diepe zeeën. Dankzij deze aanpassing kunnen walvissen grote afstanden afleggen tijdens hun migraties. De lob speelt ook een rol bij communicatie en overleving in de oceaan.