Kameel staat bekend om zijn opmerkelijke vermogen om te overleven in de barre omstandigheden van de woestijn. Ze kunnen meer dan een week zonder water en drinken tot wel 150 liter in één keer als het beschikbaar is. De bulten van een kameel slaan vet op, dat kan worden omgezet in energie wanneer voedsel schaars is. Hun dikke wenkbrauwen en lange wimpers beschermen hun ogen tegen zandstormen. Bovendien hebben kamelen brede voeten die voorkomen dat ze in het zand wegzakken, en ze kunnen hun neusgaten sluiten om zand buiten te houden. Dankzij deze aanpassingen kunnen ze lange afstanden afleggen in de woestijn, waardoor ze al eeuwenlang onmisbare transportmiddelen zijn voor nomadische volkeren. De rol van kamelen in de geschiedenis en cultuur van veel woestijnvolkeren is van onschatbare waarde.