De waterkever is een ware zwemkampioen onder de insecten. Zijn achterpoten werken als roeispanen, waardoor hij moeiteloos door sloten, meren en vijvers glijdt. Wat hem extra bijzonder maakt, is zijn vermogen om onder water te ademen dankzij een luchtbel die hij onder zijn harde vleugels, dekschilden genoemd, meeneemt.

Wanneer de waterkever onderduikt, vangt hij een luchtbel onder zijn dekschilden. Hierdoor kan hij soms urenlang onder water blijven zonder naar boven te hoeven komen voor zuurstof. Dit natuurlijke 'duikapparaat' maakt hem uitstekend aangepast aan het leven in het water.

Bovendien is de waterkever een roofdier. Hij jaagt op kleine visjes, kikkervisjes, larven en andere waterinsecten. Met zijn scherpe kaken injecteert hij verteringsenzymen in zijn prooi, zodat het voedsel al begint te verteren voordat hij het opeet.

Sommige soorten kunnen zelfs vliegen om nieuwe wateren te vinden. Zo zijn ze zowel in het water als in de lucht bijzonder effectief. De waterkever is een fascinerende bewoner van onze waterwereld.