Yoghurt ontstaat door melk te fermenteren met melkzuurbacteriën. Deze bacteriën zetten melksuiker (lactose) om in melkzuur, waardoor de melk dikker wordt en een frisse, lichtzure smaak krijgt.

Al eeuwen geleden maakten nomadische volkeren yoghurt door melk in dierenhuiden te bewaren, waar het spontaan zuur werd. Tegenwoordig voegen fabrikanten vaak extra probiotica toe aan yoghurt, wat gunstig is voor de darmgezondheid.

Yoghurt is rijk aan eiwitten, calcium en B-vitamines. Regelmatig yoghurt eten ondersteunt sterke botten, een gezonde spijsvertering en kan zelfs een positief effect hebben op je stemming door de invloed op de darmflora.