Mycene of Mykene, op het Griekse schiereilend Argolís, was in de oudheid een belangrijke stad en het centrum van de zogenaamde Myceense beschaving die duurde van 1600 v.Chr. tot 1100 v.Chr. De archeologische vindplaats van Mycene staat samen met die van Tiryns op de lijst van het UNESCO Werelderfgoed.

Mycene werd, net als de andere steden van de Myceense beschaving, gesticht door de Achaeërs, een Indo-Europese stam die doordrong tot in de Peloponnesos. Hun steden waren versterkte met meterdikke, 'cyclopische' muren en waren met elkaar verbonden door wegen en bruggen waarlangs troepen zich snel konden verplaatsen.

Dat was ook nodig: Homerus omschreef de stad als het "Goudrijke Mycene". Dat werd bewezen toen in 1876 verschillende gouden doodsmaskers, waaronder zogezegd dat van Agamemnon, werden gevonden in Mycene. Koning koning Agamemnon voerde volgens Homerus het Griekse coalitieleger tegen Troje aan.

Aan het einde van de Romeinse tijd werd de stad compleet verlaten. De eerste opgravingen op de plaats van het oude Mycene werden in 1841 uitgevoerd door de Griekse archeoloog Kyriakos Pittakis. Hij vond en herstelde de Leeuwenpoort die ooit de toegang was tot de akropolis (burcht) waar de elite woonde.

De poort bestaat uit een driehoekige megaliet van ongeveer 30 ton met daaarom twee leeuwinnen die steunen op een altaar waarboven een Dorische zuil staat. De koppen van de leeuwinnen ontbreken, mogelijk door vandalisme om de symboliek van het koningshuis teniet te doen.

Meer informatie: nl.wikipedia.org