Chocolade wordt gemaakt van de zaden van de cacaoboom, die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komt. Deze zaden worden gefermenteerd en gedroogd, waarna ze worden vermalen tot cacaopasta, het hoofdingrediënt voor chocolade.

De oude Azteken hechtten veel waarde aan cacaobonen en gebruikten ze zelfs als betaalmiddel. Ze bewaarden deze bonen in speciale kluizen. Het woord 'chocolade' is afgeleid van het Azteekse woord 'xocoatl', wat 'bitter water' betekent. In die tijd was de drank gemaakt van cacao bitter en heel anders dan de zoete chocolade die we nu kennen, omdat er geen suiker aan werd toegevoegd.

Tegenwoordig wordt chocolade wereldwijd in allerlei vormen genoten, van repen tot dranken, en is het een vast onderdeel van veel culturen. Het proces van chocolade maken is door de jaren heen sterk veranderd, vooral door de toevoeging van suiker en melk, waardoor het de zoete lekkernij is geworden die we nu kennen. Toch blijft de cacaoboon de kern en een onmisbaar onderdeel van de chocoladeproductie.