Sla is een bladgroente en geen boom. Deze plant groeit laag bij de grond en vormt een rozet van zachte bladeren. Sla wordt wereldwijd veel gegeten, vooral in salades. In tegenstelling tot bomen, die een houtige stam hebben en vaak tientallen jaren oud worden, is sla een eenjarige plant die haar levenscyclus in één seizoen voltooit.

De oude Egyptenaren waren de eersten die sla verbouwden. Zij selecteerden de plant oorspronkelijk vanwege de oliehoudende zaden. Tegenwoordig bestaan er veel verschillende soorten sla, zoals romaine, botersla en ijsbergsla, elk met hun eigen smaak en textuur. Sla staat bekend om zijn frisse, milde smaak en knapperige beet.

Bomen zoals de esdoorn, den en olijf onderscheiden zich door hun hoogte, stevige houtige stam en lange levensduur. Dit maakt ze heel anders dan kruidachtige planten zoals sla, die geen houtige delen ontwikkelen en veel korter leven.