De Sovjet-Unie, die in 1922 werd opgericht, bestond uit verschillende republieken die samen een groot deel van Eurazië besloegen. Tot de ontbinding in 1991 omvatte de Unie vijftien republieken, waaronder Armenië, Azerbeidzjan, Estland, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Letland, Litouwen, Moldavië, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne, Oezbekistan en Wit-Rusland. Deze landen werden na de val van de Sovjet-Unie onafhankelijke staten.

De term 'voormalige Sovjetrepublieken' verwijst naar deze landen die ooit deel uitmaakten van de Sovjet-Unie. Na de ontbinding behielden de meeste van deze staten hun oorspronkelijke namen en grenzen. De politieke en economische transitie die volgde op de onafhankelijkheid was voor veel van deze landen een uitdagende periode, waarin ze hun eigen identiteit en plaats in de wereld moesten hervinden.

Vandaag de dag worden deze landen vaak aangeduid als de 'post-Sovjetruimte', een term die de gemeenschappelijke geschiedenis en de gedeelde uitdagingen benadrukt die deze landen hebben doorgemaakt sinds hun onafhankelijkheid.

Meer informatie: de.m.wikipedia.org