Darwins grote verdienste was dat hij een aannemelijk natuurwetenschappelijk verklaringsmodel introduceerde voor de biodiversiteit. Daarin wees hij op het cruciale belang van variabiliteit en verandering, in tegenstelling tot oudere modellen die uitgingen van onveranderlijkheid. Ook plaatste Darwin de mens met al zijn lichamelijke en geestelijke vermogens volledig in het dierenrijk. Charles Robert Darwin begon aan een studie medicijnen te Edinburgh in Schotland, maar haakte na twee jaar af. Daarop stuurde zijn vader hem naar Cambridge om er de opleiding tot geestelijke te volgen. In Edinburgh was Darwin al begonnen met het verzamelen van kevers en het bestuderen van mariene ongewervelden. Naast theologie studeerde hij in Cambridge ook plantkunde en geologie. In 1842 vestigt de familie Darwin zich in het plaatsje Downe, even ten zuiden van Londen. Darwin bestudeerd uitvoerig de zoölogie van de rankpotigen (Cirripedia), zoals de zeepok. Daarnaast blijft hij bezig met zijn evolutietheorie. Zijn gedachten daarover legde hij in 1844 vast in de vorm van een manuscript waarvan hij een klein aantal afschriften liet maken.

Meer informatie: www.natuurinformatie.nl