Het gedicht 'Ruslan en Ljoedmila' betekende de doorbraak voor Aleksandr Poesjkin en maakte hem op twintigjarige leeftijd beroemd in heel Rusland. Poesjkin liet zich inspireren door volksverhalen die hij als kind hoorde van zijn kindermeisje Arina Rodionovna.

Oorspronkelijk bevatte het werk veel satire op de samenleving van die tijd, maar redacteuren lieten een deel daarvan schrappen. Toch groeide het uit tot een klassieker van de Russische literatuur. De beroemde openingsregels "Aan de oever van een eikenboom..." zijn bij miljoenen Russen bekend en het gedicht wordt gezien als een van Poesjkins belangrijkste werken.