Bij een gitaar kun je de toonhoogte veranderen door de snaren op verschillende plekken op de hals in te drukken. Hierdoor wordt het deel van de snaar dat trilt korter of langer, wat de toon hoger of lager maakt.

Deze techniek vormt de basis van het gitaarspel en maakt het mogelijk om akkoorden, melodieën, bends en slides te spelen. De gitaar bestaat al eeuwen; vroege vormen ontstonden in Spanje in de middeleeuwen. Tegenwoordig zijn er akoestische en elektrische gitaren, elk met hun eigen klank en karakter.

Door op de snaren te drukken kunnen gitaristen ook technieken als vibrato en hammer-ons gebruiken, waarmee ze hun spel extra expressief maken. Dankzij deze veelzijdigheid is de gitaar populair in allerlei muziekstijlen, van rock en blues tot klassiek en folk.