Bij orgaantransplantatie wordt een orgaan of weefsel van een donor naar een ontvanger overgebracht. Dit gebeurt vaak wanneer het eigen orgaan van de patiënt niet meer goed functioneert. De eerste succesvolle niertransplantatie vond plaats in 1954 tussen eeneiige tweelingen, waardoor het risico op afstoting door het immuunsysteem minimaal was.

Tegenwoordig worden niet alleen nieren, maar ook harten, levers, longen, huid en zelfs ledematen getransplanteerd. Dankzij medische vooruitgang kunnen in sommige gevallen zelfs kunstmatige of gekweekte weefsels worden gebruikt, waardoor de behandelmogelijkheden verder zijn uitgebreid.

Transplantaties hebben de overlevingskansen en levenskwaliteit van mensen met ernstige orgaanproblemen aanzienlijk verbeterd. Het is belangrijk dat donor en ontvanger goed op elkaar zijn afgestemd om afstoting te voorkomen. Na de operatie is levenslange medische begeleiding nodig. Orgaandonatie blijft essentieel, en veel landen stimuleren mensen om donor te worden en zo levens te redden.