Infecties die via de lucht verspreid worden, gebeuren door kleine druppeltjes die vrijkomen bij hoesten, niezen of zelfs praten. Denk bijvoorbeeld aan griep of tuberculose: deze ziekten worden vooral zo overgedragen. In de negentiende eeuw ontdekten wetenschappers dat ziektekiemen zich door de lucht kunnen verplaatsen. Dit leidde tot belangrijke maatregelen zoals ventileren en het dragen van mondkapjes om verspreiding te voorkomen.

Tegenwoordig zijn ziekenhuizen uitgerust met speciale ventilatiesystemen die rekening houden met deze manier van overdracht. Tijdens pandemieën kan één niesbui mensen op meerdere meters afstand besmetten, wat het belang van goede hygiëne en ventilatie nog eens onderstreept.