Een start- en landingsbaan is een speciaal aangewezen deel van een luchthaven waar vliegtuigen mogen opstijgen en landen. Deze banen zijn lang, vlak en gemaakt van stevig materiaal zoals beton of asfalt, zodat ze bestand zijn tegen het enorme gewicht en de krachten van vliegtuigen tijdens deze kritieke fasen van de vlucht.

De lengte, breedte en sterkte van een baan zijn afgestemd op het type vliegtuig dat de luchthaven gebruikt. Grote passagiersvliegtuigen hebben langere en sterkere banen nodig dan kleine privéjets. Strenge regels bepalen hoe banen worden ontworpen en onderhouden, zodat de veiligheid en efficiëntie van het vliegverkeer gewaarborgd blijven.

Start- en landingsbanen zijn voorzien van markeringen, cijfers en verlichting. Deze helpen piloten bij het navigeren tijdens het opstijgen en landen, vooral bij slecht zicht of 's nachts. Markeringen geven onder andere het midden van de baan, de drempel en de touchdownzone aan.

De richting van een baan wordt bepaald door de overheersende windrichting, omdat vliegtuigen meestal tegen de wind in opstijgen en landen voor maximale controle. Het baannummer geeft de kompasrichting aan, afgerond op het dichtstbijzijnde tiental graden.