Bij intraveneuze toediening wordt een medicijn rechtstreeks in de ader geïnjecteerd, waardoor het direct in de bloedbaan terechtkomt. Dit zorgt ervoor dat het middel snel werkt, wat vooral belangrijk is bij spoedgevallen of wanneer een snelle werking noodzakelijk is.

Hoewel het idee van medicijnen via de ader toedienen al in de 17e eeuw werd geprobeerd, werd het pas in de 20e eeuw veilig en betrouwbaar dankzij verbeteringen in hygiëne en de introductie van wegwerpinstrumenten. Tegenwoordig is deze methode onmisbaar in de moderne geneeskunde.