Het woord 'gewas' verwijst naar planten die op grote schaal worden verbouwd voor menselijk gebruik.

Gewassen zijn essentieel voor de landbouw en vormen de basis van onze voedselvoorziening. Ze kunnen jaarlijks worden geoogst, zoals tarwe en mais, of jarenlang meegaan, zoals fruitbomen en suikerriet.

Door de eeuwen heen zijn veel gewassen veredeld om beter bestand te zijn tegen ziekten, meer opbrengst te leveren en voedzamer te zijn. Sommige gewassen, zoals katoen, leveren vezels voor kleding, terwijl andere, zoals soja, dienen als voedsel én als grondstof voor biobrandstof.

De diversiteit aan gewassen draagt bij aan voedselzekerheid en het behoud van gezonde bodems en ecosystemen. Het telen van gewassen vereist kennis van bodem, klimaat en plantenveredeling, en is een belangrijk onderdeel van de moderne landbouw.