Een standaardfiets heeft twee wielen: één voor en één achter. Dit is het kenmerkende verschil met andere voertuigen zoals eenwielers of driewielers. Het woord 'fiets' komt van het Latijnse 'bi' voor twee en 'cycle' voor wiel, wat direct verwijst naar het ontwerp. Fietsen met twee wielen bestaan al sinds het begin van de 19e eeuw en zijn sindsdien steeds verder ontwikkeld, onder andere met de komst van pedalen en kettingaandrijving.

Het rijden op twee wielen vraagt om balans, die ontstaat door beweging, sturen en het gyroscopisch effect van de draaiende wielen. Hierdoor kun je soepel rechtuit rijden, bochten maken en zelfs scherpe bochten nemen door te leunen. Hoewel er ook fietsen met één of drie wielen bestaan, blijft de tweewieler wereldwijd het populairst vanwege zijn eenvoud, efficiëntie en milieuvriendelijkheid.