Beren kiezen voor hun winterslaap een plek die goed beschut en afgelegen is. Meestal graven ze hun hol direct in de grond, diep in het bos, onder boomwortels of in een kuil. Zo'n plek beschermt hen tegen roofdieren en nieuwsgierige mensen, en zorgt ervoor dat het binnen lekker warm blijft. De beer maakt het hol comfortabel door de bodem te bedekken met zacht mos en droge bladeren, zodat hij de hele winter prettig kan slapen.

Opvallend is dat een beer soms meerdere jaren achter elkaar hetzelfde hol gebruikt, zolang het veilig blijft. Sommige bruine beren maken zelfs uitgebreide ondergrondse holen met meerdere uitgangen. IJsberen daarentegen graven hun hol in de sneeuw, wat hen helpt om warm te blijven in de ijzige kou van de Noordpool. Zo past elke soort zich aan zijn omgeving aan om de winter goed door te komen!