De toonhoogte van een snaar wordt vooral bepaald door de dikte en de spanning van de snaar. Hoe dunner en strakker een snaar gespannen is, hoe hoger het geluid dat ze voortbrengt. Ook de lengte van de snaar speelt een rol, maar dikte en spanning zijn het belangrijkst bij het stemmen van de meeste snaarinstrumenten.

De wetenschap achter snaargeluid gaat terug tot de tijd van Pythagoras, die experimenteerde met verschillende spanningen en diktes om muzikale intervallen te begrijpen. Tegenwoordig gebruiken muzikanten stemapparaten en apps om hun instrumenten nauwkeurig af te stemmen, omdat zelfs kleine aanpassingen een groot effect kunnen hebben op het geluid. Het begrijpen van deze principes helpt muzikanten om het beste uit hun instrument te halen en de gewenste klank te bereiken.