Nadat bijen nectar uit bloemen hebben gehaald, keren ze terug naar de bijenkorf. Daar geven ze de nectar door aan andere werkbijen. Dit gebeurt via een proces dat trofallaxis heet, waarbij de nectar van bij tot bij wordt doorgegeven en verrijkt met enzymen. Hierdoor wordt de nectar dikker en begint het te veranderen in honing.

De bijen plaatsen de nectar in de honingraten van de korf. Vervolgens wapperen ze met hun vleugels om het overtollige vocht uit de nectar te laten verdampen. Door deze samenwerking ontstaat er een dikke, zoete honing die dient als voedselvoorraad voor de bijenkolonie tijdens de koude maanden. Honing is dus niet alleen een lekkernij voor mensen, maar vooral een essentiële energiebron voor bijen zelf.