Wat gebeurt er met water als het kookt?
Koken is een fysisch proces waarbij vloeibaar water verandert in waterdamp. Dit gebeurt wanneer het water een temperatuur van 100 °C bereikt op zeeniveau, omdat dan de dampdruk van het water gelijk is aan de luchtdruk. Tijdens het koken krijgen de watermoleculen genoeg energie om de bindingen tussen hen te doorbreken en over te gaan naar de gasfase. Dit verschilt van verdamping, dat alleen aan het oppervlak van het water plaatsvindt en bij elke temperatuur kan optreden.
Bij koken ontstaan er dampbellen overal in het water, niet alleen aan het oppervlak. Daardoor verandert het hele volume water in damp, wat het proces efficiënt maakt. Op grotere hoogte, waar de luchtdruk lager is, kookt water bij een lagere temperatuur. Koken is dus een belangrijk proces in het dagelijks leven en in de natuurkunde, omdat het laat zien hoe stoffen van fase kunnen veranderen onder invloed van temperatuur en druk.