Een aardbeving ontstaat wanneer gesteenten diep onder de grond plotseling verschuiven langs breuken in de aardkorst. Hierbij komt veel energie vrij, die zich als seismische golven door de aarde verspreidt. Deze golven veroorzaken de schokken en trillingen die mensen aan het oppervlak voelen.

Zware aardbevingen kunnen gebouwen beschadigen, rivieren van koers doen veranderen en scheuren in de grond veroorzaken. Soms verandert zelfs het landschap. De zwaarste aardbeving ooit gemeten vond plaats in Chili in 1960, met een kracht van 9,5 op de schaal van Richter. Wetenschappers werken aan waarschuwingssystemen om de gevolgen van aardbevingen te beperken en mensen beter te beschermen.