Wiskundige uitdrukkingen bestaan uit een combinatie van getallen, variabelen (zoals x, y of z) en operatoren (zoals +, −, × en ÷) die een bepaalde waarde of hoeveelheid vertegenwoordigen. Een eenvoudig voorbeeld is 2+3, waarbij de operator + aangeeft dat de twee getallen bij elkaar opgeteld moeten worden.

Bij de uitdrukking 10×2+8 zijn zowel vermenigvuldiging als optelling betrokken. Volgens de rekenvolgorde, vaak onthouden met het acroniem PEMDAS (haakjes, exponenten, vermenigvuldiging en deling van links naar rechts, optelling en aftrekking van links naar rechts), moet je eerst de vermenigvuldiging uitvoeren voordat je de optelling doet.

In dit geval betekent dat dat je eerst 10 vermenigvuldigt met 2, wat 20 oplevert, en vervolgens tel je daar 8 bij op, wat resulteert in 28. Het correct toepassen van de rekenvolgorde is cruciaal om tot het juiste antwoord te komen bij complexe wiskundige problemen.

Meer informatie: en.wikipedia.org