Een virus is een microscopisch klein deeltje dat ziekten kan veroorzaken bij mensen, dieren en planten. In tegenstelling tot bacteriën hebben virussen geen eigen cellen en kunnen ze zich alleen vermenigvuldigen binnen de cellen van een gastheer.

Virussen zijn zo klein dat ze niet zichtbaar zijn met een gewone microscoop. Sommige virussen, zoals het griepvirus of het coronavirus, kunnen ernstige ziektes veroorzaken. Toch worden bepaalde virussen ook gebruikt in de geneeskunde, bijvoorbeeld bij het maken van vaccins of voor onderzoek naar kankerbehandelingen.

Het erfelijk materiaal van een virus (DNA of RNA) zit in een beschermend omhulsel. Sinds hun ontdekking in de negentiende eeuw zijn er duizenden soorten virussen gevonden. Ze blijven fascinerend omdat ze eigenschappen hebben van zowel levende als niet-levende dingen.