Een bijenkorf is het centrale thuis van een bijenvolk. Hier leven, werken en planten de bijen zich voort. In de korf bouwen ze raten van was, waarin ze honing en stuifmeel opslaan en hun jongen grootbrengen. Elke bij heeft een eigen taak: werksters zorgen voor het onderhoud, verzamelen voedsel en voeden de larven, terwijl de koningin eieren legt om het voortbestaan van het volk te garanderen.

De bijenkorf is slim ontworpen om de temperatuur stabiel te houden, wat vooral in koude periodes van levensbelang is. De zeshoekige cellen van de raten zijn een staaltje natuurkunde, want ze bieden maximale opslagruimte met minimale hoeveelheid materiaal. Binnen de korf communiceren bijen met elkaar door middel van de beroemde 'waggeldans', waarmee ze elkaar vertellen waar voedsel te vinden is. Dankzij deze samenwerking en taakverdeling functioneert de bijenkorf als een perfect georganiseerde samenleving, waarin elke bij bijdraagt aan het succes van het geheel.