Christoffel Columbus vertrok op 3 augustus 1492 vanuit de Spaanse havenstad Palos de la Frontera met drie schepen: de Niña, de Pinta en de Santa María. De Niña en de Pinta waren snelle en wendbare caravellen, terwijl de Santa María een groter schip was, een zogenaamde 'nao'. Deze reis werd mogelijk gemaakt door de steun van het Spaanse koningshuis, dat hoopte op een nieuwe zeeroute naar Azië.

Columbus dacht dat hij via het westen snel Azië zou bereiken, maar zijn berekeningen klopten niet. De reis duurde langer dan verwacht, waardoor onrust onder de bemanning ontstond. Om paniek te voorkomen, hield Columbus de werkelijke afgelegde afstanden geheim. Uiteindelijk bereikte de expeditie op 12 oktober 1492 land, wat later Amerika bleek te zijn. Hoewel Columbus vaak wordt gezien als de ontdekker van Amerika, waren de Vikingen al rond het jaar 1000 op het continent geweest. Toch markeert zijn reis het begin van een nieuw tijdperk in de wereldgeschiedenis.

Meer informatie: www.google.com