Suiker is het meest gebruikte ingrediënt om water zoet te maken. Wanneer suiker aan water wordt toegevoegd, lossen de suikermoleculen snel op doordat watermoleculen ze omringen en losmaken van het kristal. Hierdoor ontstaat een gelijkmatige, zoete oplossing die we in veel dranken terugvinden, zoals limonade, thee of frisdrank.

De oplosbaarheid van stoffen in water is belangrijk in de natuur en in de keuken. Suiker lost gemakkelijk op, waardoor planten het snel door hun sapstromen kunnen vervoeren. Olie daarentegen mengt niet met water, wat handig is bij het maken van emulsies zoals mayonaise. Ook zout lost goed op, maar wordt meestal gebruikt voor hartige smaken. Kennis van oplosbaarheid helpt niet alleen bij het maken van lekkere dranken, maar is ook essentieel bij het ontwikkelen van medicijnen, omdat alleen opgeloste stoffen door het lichaam kunnen worden opgenomen.