Falangen zijn de botjes in de vingers en tenen van mensen. Ze zorgen ervoor dat we onze vingers en tenen soepel kunnen bewegen. De meeste vingers en tenen bestaan uit drie falangen, behalve de duim en de grote teen, die er elk twee hebben.

Onze vingers hebben allemaal een eigen naam: duim, wijsvinger, middelvinger, ringvinger en pink. In totaal heeft één hand veertien falangen, omdat vier vingers drie falangen hebben en de duim er twee. Je kunt de falangen goed voelen als je je vingers aanraakt of buigt. Dankzij deze botjes kunnen we allerlei fijne bewegingen maken, zoals schrijven, typen of iets vastpakken. Ook bij de tenen spelen falangen een belangrijke rol bij het lopen en het bewaren van ons evenwicht.

Meer informatie: ro.m.wikipedia.org