De hoed is het bovenste, vaak parapluvormige deel van een paddenstoel. Dit deel beschermt de sporen die essentieel zijn voor de voortplanting van de schimmel. Afhankelijk van de soort kan de hoed verschillende vormen aannemen, zoals een koepel, trechter of platte schijf, en de kleur varieert van wit tot felrood of zelfs paars.

Onder de hoed bevinden zich lamellen of buisjes waarin de sporen zich ontwikkelen. Wanneer de sporen rijp zijn, worden ze door wind of regen verspreid, waardoor de paddenstoel zich kan voortplanten. Sommige paddenstoelen, zoals de vliegenzwam, hebben opvallende en kleurrijke hoeden. Deze felle kleuren dienen vaak als waarschuwing voor dieren dat de paddenstoel giftig kan zijn. De hoed is dus niet alleen belangrijk voor de voortplanting, maar speelt ook een rol in de bescherming van de soort.