De olifant staat bekend om zijn lange, flexibele slurf, die hij voor allerlei taken gebruikt. Met deze slurf kan een olifant water opzuigen en vervolgens in zijn mond spuiten om te drinken. Dit werkt als een soort krachtige rietje waarmee hij in één keer liters water kan opnemen.

De slurf van een olifant bestaat uit tienduizenden spieren, waardoor hij zowel sterk als heel beweeglijk is. Olifanten gebruiken hun slurf niet alleen om te drinken, maar ook om voedsel te pakken, te ruiken, te communiceren en zichzelf te wassen met water of stof.

Geen enkel ander dier heeft zo’n veelzijdige slurf als de olifant. Dieren als dolfijnen en walvissen hebben wel een lange snuit, maar die gebruiken ze niet op dezelfde manier. Dankzij deze unieke slurf kan de olifant zich goed aanpassen aan verschillende leefgebieden.