Een zeehond heeft een dikke laag spekvet, ook wel blubber genoemd, die hem beschermt tegen de kou in ijzige zeeën. Deze vetlaag werkt als isolatie en zorgt ervoor dat de zeehond zijn lichaamswarmte behoudt, zelfs als het water erg koud is. Dankzij deze aanpassing kunnen zeehonden comfortabel zwemmen, jagen en rusten in gebieden waar andere dieren het snel te koud zouden krijgen.

Blubber is niet alleen belangrijk voor warmte, maar dient ook als energievoorraad. In tijden van voedselschaarste kan een zeehond wekenlang teren op zijn vetreserves. Ook andere zeedieren, zoals walvissen en walrussen, hebben blubber, maar zeehonden zijn vooral bekend om hun speelse gedrag op het ijs en langs de kust. Hun gestroomlijnde lichamen en sterke vinnen maken hen tot uitstekende zwemmers, perfect aangepast aan het leven in en rond het water.