Pinguïns zijn vogels en geen vissen. Ze ademen met longen, hebben veren in plaats van schubben en leggen hun eieren op het land. Hoewel ze uitstekend kunnen zwemmen en hun vleugels als flippers gebruiken, hebben ze nooit kieuwen of vinnen zoals vissen.

Pinguïns leven vooral op het zuidelijk halfrond, vaak in koude gebieden, maar sommige soorten komen ook voor in gematigde streken. Hun dikke verenkleed beschermt hen tegen de kou en ze kunnen diep duiken om voedsel te zoeken. Pinguïns laten goed zien hoe dieren zich kunnen aanpassen aan hun omgeving: ze zwemmen als vissen, maar blijven duidelijk vogels.