Veel giftige slangen, zoals cobra's en adders, hebben gespecialiseerde gifklieren die giftige stoffen produceren. Deze klieren bevinden zich aan de achterkant van de kop en zijn via kanalen verbonden met de giftanden, waardoor de slang gif kan injecteren wanneer hij zijn prooi bijt. Gif speelt een cruciale rol bij de jacht, omdat het de slang in staat stelt zijn doelwit snel te verlammen of te doden. Bovendien dient gif als verdedigingsmechanisme tegen roofdieren. Elke slangensoort heeft een unieke samenstelling van gif, die componenten kan bevatten die het zenuwstelsel, het bloed of de weefsels van de prooi beïnvloeden. Deze diversiteit maakt het onderzoek naar giftige slangen belangrijk voor het ontwikkelen van tegengiffen en het begrijpen van biochemische processen in levende organismen.

Gifklieren zijn een evolutionaire aanpassing die slangen in staat heeft gesteld efficiënte roofdieren te worden. De complexiteit van gif en de effecten ervan op verschillende organismen benadrukken de ingewikkelde relatie tussen roofdier en prooi. Onderzoek naar slangengif helpt niet alleen bij medische vooruitgang, maar biedt ook inzicht in de evolutionaire biologie van deze fascinerende reptielen.