De bast en bladeren van de kinaboom bevatten kinine, een stof die lange tijd het enige effectieve middel tegen malaria was. Inheemse volkeren uit de Andes ontdekten de geneeskrachtige werking van deze boom al lang voordat Europeanen arriveerden. Zij gebruikten het om koorts te verlagen en ziektes te bestrijden.

Vanaf de 17e eeuw werd kinine van onschatbare waarde voor Europese kolonisten. Zonder kinine liepen tropische expedities en legers groot risico om te bezwijken aan malaria. Leuk weetje: uit de schors van de kinaboom werd tonic gemaakt om de bittere smaak van kinine te verzachten. Britse soldaten mengden het met water, suiker en later gin, waardoor de gin-tonic ontstond. Zelfs nu bevat tonic vaak nog een beetje kinine, wat zorgt voor de kenmerkende smaak en een lichte gloed onder uv-licht.