De lantaarnvis staat bekend om zijn vermogen om licht te produceren, een verschijnsel dat bioluminescentie wordt genoemd. Dit gebeurt doordat er speciale lichtgevende bacteriën leven in organen die fotoforen heten, verspreid over het lichaam van de vis.

De lantaarnvis gebruikt zijn licht op verschillende manieren: om prooien aan te trekken, te communiceren met soortgenoten en om roofdieren te verwarren. Bioluminescentie komt veel voor in de diepe zee, waar zonlicht niet doordringt, en is te vinden bij tal van zeedieren. Lantaarnvissen leven op grote dieptes en maken deel uit van een bijzondere, grotendeels onbekende onderwaterwereld.

Hun vermogen om licht te maken fascineert wetenschappers, die onderzoeken hoe deze eigenschap werkt en welke toepassingen het kan hebben voor de mens. Bioluminescentie is een indrukwekkend voorbeeld van hoe dieren zich aanpassen aan het leven in een donkere en uitdagende omgeving.